
Samenvatting
VRO heeft zich vanaf haar oprichting in 1980 ontwikkeld tot een kennisintensieve en betrouwbare partner op het gebied van het controleren en certificeren van organisaties die arbeidskrachten aan derden beschikbaar stellen. Daarnaast is een aantal ondersteunende diensten ontwikkeld voor brancheorganisaties, zoals ABU en NBBU. Ook speelt de VRO een belangrijke rol bij het ontwikkelen van normen en controlemethodieken.
Daarnaast verzorgt VRO HRM ondersteuning voor klanten in uiteenlopende branches.
De historie
De VRO (Vereniging tot Regulering Onderaanneming) is in juni 1980 opgericht door de werkgeversvereniging in de metaalsector (destijds nog FME), de Contactgroep Werkgevers in de Metaal (CWM) en een aantal opdrachtgevers.
Het doel van de VRO was om opdrachtgevers meer zekerheid te bieden bij het samen-werken met opdrachtnemers. In het bijzonder ging het om de zekerheid dat werd voldaan aan de verplichtingen van fiscale en sociale wetgeving.
In 1982 werd o.a. de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa) van kracht. Het gevolg hiervan was dat opdrachtgevers een grotere verantwoordelijkheid kregen. Zij werden hoofdelijk aansprakelijk voor de niet-nakoming van fiscale en sociale verplichtingen.
Bijzonder Register
De VRO richtte het "Bijzonder Register" op waarin ondernemingen werden opgenomen die na controle bleken te voldoen aan de wettelijke normen en voorschriften.
Vanaf 1988 voerde de VRO ook controles uit voor de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU). Dit betroffen in eerste instantie toelatingscontroles voor het lidmaatschap van de ABU maar werd later uitgebreid met periodieke controles van de leden op o.a. toepassing van de CAO-bepalingen en overige door de brancheorganisatie gemaakte bindende afspraken.
Buitenlandse ondernemingen
In 1997 meldde de eerste buitenlandse onderneming zich met het verzoek om inschrijving in het Bijzonder Register. Besloten werd ook buitenlandse ondernemingen op te nemen in het Bijzonder Register.
Wetgeving
Per 1 juli 1998 trad de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs in werking.
Daarmee werd ook het uitzendwezen onder de WKa-inleenaansprakelijkheid gebracht.
Tegelijkertijd introduceerde de ABU de Stichting Financiële Toetsing (SFT) die tot doel had om opdrachtgevers dezelfde zekerheid te bieden als voorheen met de uitzendvergunning werd geboden. De VRO werd op basis van haar kennis en kunde aangewezen als controleorgaan.
Stichting VRO
In januari 1999 werd naast de Vereniging VRO ook een Stichting VRO operationeel. Al het uitvoerende werk van de vereniging werd in de stichting ondergebracht. Hiermee werd voldaan aan de eis van de NMa dat er een onafhankelijke in- en uitschrijving van het Bijzonder Register plaatsvindt. De Stichting VRO ging het Bijzonder Register voor de vereniging in stand houden. De vereniging veranderde haar naam in Vereniging Registratie Ondernemingen.
Registers RIV en RIA
Vanaf 2000 waren ook in de agrarische en de vleessector veel inleenkrachten aan het werk. Deze arbeid werd in toenemende mate aangeboden door minder bonafide bedrijven, gevestigd in zowel Nederland als in het buitenland. Dat dergelijke bedrijven konden opereren was enerzijds een gevolg van het afschaffen van de uitzendvergunning in 1998 en anderzijds van de lage controlefrequentie door bij voorbeeld de Arbeidsinspectie, de Belastingdienst en het UWV. VRO werd gevraagd om controles, gebaseerd op haar jarenlange ervaring, uit te voeren bij opdrachtnemers in deze sectoren
In januari 2002 startte het project Certificering Handmatige Agrarische Loonbedrijven (HAL-project). Het betrof een initiatief van LTO Nederland, ondersteund door de ministeries van SZW en LNV. Dit project, was mede bedoeld om illegale tewerkstelling te bestrijden. Opnieuw werd VRO als controleorgaan aangewezen. In opdracht van LTO Nederland werden vanaf toen het RIA-register (Register Inleenarbeid Agrarisch) in stand gehouden. Opdrachtnemers in dit register worden tweemaal per jaar gecontroleerd.
In juli 2002 werd nog sector onder de loep genomen: de opdrachtnemers in de vleessector. In een speciaal convenant werden afspraken vastgelegd over de kwaliteit van inleenarbeid. In dit convenant is bepaald dat opdrachtgevers zich laten registreren en opdrachtnemers zich laten certificeren. Opdrachtgevers verplichten zich om alleen met gecertificeerde opdrachtnemers te werken. De COV (Centrale Organisatie voor de Vleessector; een belangenorganisatie voor werkgevers in de Nederlandse vleessector) meldde haar leden collectief aan voor registratie. De SKA (Stichting Kwaliteit van de Arbeid), initiatiefnemer van het project, wees de Stichting VRO aan als controleorgaan. VRO houdt voor SKA het RIV-register (Register Inleenarbeid Vleessector) in stand. De opdrachtnemers, opgenomen in dit register, worden tweemaal per jaar gecontroleerd.
Services
In 2002 en 2003 zijn er contacten gelegd tussen de Vereniging Nederlandse Projectsourcing (VNP) en VRO. De VNP is een belangenorganisatie voor ondernemingen die hoger opgeleide (technisch) werknemers projectmatig inzetten bij opdrachtgevers. Aanvullende normen voor deze specifieke ondernemingen zijn in een controledocument vastgelegd. In 2004 zijn de leden van de VNP voor de eerste maal gecontroleerd op deze aanvullende normen.
De Vereniging Internationale Arbeidsbemiddeling (VIA) heeft in 2004 stappen gezet om te komen tot een keurmerk. De VIA is een brancheorganisatie voor ondernemingen die voornamelijk werknemers uit de nieuwe EU-landen ter beschikking stellen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Door VRO is in 2004 een pilot uitgevoerd op de controle van aanvullende normen voor het keurmerk. De aanvullende normen zijn met name gericht op de zorgplicht van de Nederlandse werkgever voor zijn buitenlandse werknemers. Vanaf 2005 worden de leden van de VIA op de aanvullende normen door VRO gecontroleerd.
NEN 4400
Het jaar 2005 kenmerkte zich door de ontwikkeling van een nationale norm (NEN 4400) Aan deze norm, die beoogt om opdrachtgevers zekerheid te bieden dat met bonafide ondernemingen wordt samengewerkt, ligt de normering van Stichting VRO ten grondslag. Diverse partijen (ABU, NBBU, SFT, SVU, VIA, LTO Nederland, COV/SKA, Bouwend Nederland, Vereniging Registratie Ondernemingen, Crop Accountants en VRO) hebben in 2005 gewerkt aan de totstandkoming van deze norm.
In 2006 werd de NEN 4400-1 (voor in Nederland gevestigde ondernemingen) geratificeerd. In 2008 zullen nog worden ontwikkeld 4400-2 (voor in het buitenland gevestigde ondernemingen) en 4400-3 (zelfstandigen zonder personeel).
Op 1 januari 2007 werd het NEN 4400-register operationeel (www.normeringarbeid.nl). Dit betekent dat alle op basis van de NEN 4400 norm gecertificeerde ondernemingen via een openbaar register op internet worden gepubliceerd. Het register wordt in stand gehouden door de Stichting Normering Arbeid (SNA). Alle gecontroleerde ondernemingen worden in het nieuwe openbare register opgenomen.
Juridische structuur
Vanaf 30 december 2007 bestaat de VRO uit een VRO Holding b.v. met drie werkmaatschappijen:
- VRO Certification b.v.
- VRO Services b.v.
- VRO Knowledge Centre b.v.
Hiermee is VRO in staat om haar kennis, kunde en kwaliteit maximaal ter beschikking te stellen aan haar opdrachtgevers.



